Amarens.nl

Politiek aan tafel

februari 22, 2010 · Geef een reactie

De zaterdagbrunch is niet anders dan anders. Het grijze winterlicht schijnt door de ruiten op de vloer. Buiten wiegen de planten zachtjes mee met de wind. En binnen, binnen eten we pistoletjes die nog warm zijn van de oven. Enige verschil is het onderwerp van gesprek: politiek. Of lees: de val van het kabinet.

‘Ik ben in mijn nopjes’, zegt mijn vriend, terwijl hij een dikke laag boter op zijn brood smeert. Wat hem betreft wordt het over twee maanden een wedergeboorte van Paars. Mijn vader, die met de laatste landelijke verkiezingen CDA stemde, blijft een beetje stil. Moeder vindt de val van het kabinet belachelijk. ‘Als ze nu weg willen uit Uruzgan, dan had Nederland nooit aan die missie moeten beginnen. Als je er bent, dan moet je er ook blijven.’ Bovendien is al die politieke instabiliteit niet goed voor de economie. Met harde halen snijdt mijn moeder haar broodje doormidden.

De NOS heeft vannacht overuren gemaakt, en dat valt te zien aan de verslaggeefster die in het donker Bert Koenders achterna holt. Haar haren zitten door de war, haar bril zit wat onderuitgezakt op haar neus. De volgende dag rest er voor de NOS niets anders dan straatinterviews. Wat vindt het volk?

Het volk vindt een hoop. Een verslaggever interviewt burgers op Utrecht CS. Een jongen met een militairenrugzak vindt het een goede zaak dat door de kwestie in Afghanistan het kabinet gevallen is. Een andere jongeman vindt het ‘niet getuigen van regeren’ dat het kabinet valt in tijden van economische crisis. Een mevrouw met een hoge stem heeft zich er nog niet mee bezig gehouden, want ze is ‘helemaal in vakantiesfeer.’ Net als koningin Beatrix. Op Hoog Catharijne staan groepjes dik ingepakte mensen te wachten op de sneeuwexpres. Op de achtergrond maakt een man een foto van een meneer die geïnterviewd wordt. Leuk voor in het vakantieplakboek.

Aan de eettafel krijgt mijn vader een beetje genoeg van dat gezemel over Uruzgan en de economische crisis. Er zijn veel belangrijkere dingen. ‘Betekent de val van dit kabinet nou ook dat je weer gewoon in cafés mag roken?’ Mijn moeder lacht. ‘Prima plan om nou alle besluiten van dit kabinet terug te draaien. Die AOW-leeftijd mag ook wel weer terug naar 65.’ Ze vervolgt met een heel ander nieuwsfeit. ‘Is Wendy van Dijk nou al bevallen?’ Niemand van ons weet het. ‘Gisteren werd ze met weeën opgenomen in het ziekenhuis’, vervolgt ze. ‘Ik ben benieuwd of het een jongetje of een meisje is.’

Mijn vader valt haar bij. ‘Misschien is het wel een jongetje’, zegt hij. ‘En dan noemen ze hem Jan Peter.’

→ laat een reactie achterCategorieën: Columns

Excellent

oktober 17, 2009 · 1 reactie

Hoewel ik een tijd geleden nog te spreken was over de charme van döner kebab en haar verkooppunten, wil ik bij deze een kleine kanttekening maken.

Afgelopen week had ik buikgriep. Verdacht is, dat dit was na het nuttigen van een broodje gemixte döner. De homp kalfsvlees van de Döner Company was bijna kaal geschraapt, waardoor ik met tegenzin moest beginnen aan de gemixte variant, die bijna net zo erg is als een kapsalon.

Of er nu sprake is geweest van voedselvergiftiging, salmonella of gewoon een virus, het is een mooie aanleiding om het eens over voedsel te hebben.

Ik zat vrijdag in de trein naar Delfzijl, in het gezelschap van een groep dronken middle aged mannen. Ze zaten in het Gronings te praten over anale seks terwijl ik mijn buurvrouw bekeek. Ze was even oud als de mannen, droeg een minirok, had een glanzende panty om haar stevige benen en at een kaasbroodje. Achteraf bleek het kaasbroodje een gevulde koek. Ik zat er niet ver naast. De snack was plat, geel, vet en klef. De hazelnoot die erop gedrukt zat, gaf de doorslag.

Hoe kiezen mensen hun eten uit?

Soms zijn we culinaire snobs, soms niet. In het tweede geval eet je döner, een kaasbroodje of een gevulde koek van tien dagen oud uit de stationskiosk. In het eerste geval kiezen we met alle zorgvuldigheid onze producten uit in de supermarkt. Voor de ware perfectionistische levensgenieters is er zelfs AH Excellent. Een hype ten tijde van de feestdagen. Want het is zo lekker, zo exclusief en zo makkelijk.

Maar op de één of andere manier heb ik even helemaal niks met eten dat al voor je klaargemaakt, gefileerd, geschild, gesneden, gepureerd, gepocheerd en geparfumeerd is. Soms waant er een woeste Neanderthaler in mij, die geneigd is een konijn eigenhandig te fileren dat een uur eerder in het bos is neergeknald. Ik wil vlees met bot, vis met graat, en geen worteltjes à la Parisiènne, maar bospenen met een flinke groene struik eraan.

Wellicht geef ik nu de indruk dat ik anti-excellent ben. Dat is niet helemaal zo. Ik slenter graag langs de zorgvuldig bereide AH ovenklare eendenborst en vrolijke Rudolf rendierijsjes. Maar rond de feestdagen kruipt er bij mij zo’n gevoel van nostalgie naar boven van talloze tevergeefse pogingen om nog wat te maken van die ingezakte kerstpudding. En komen herinneringen opzetten van mijn moeder, die ieder jaar weer gek wordt van de dennennaalden die van onze kerstboom vallen. En toch laat mijn moeder het groen naar beneden dwarrelen, puur omdat zij geen nepboom wil.

Een echte dennenboom ruikt immers zo lekker. Hoewel je tegenwoordig ook dennengeurspray kunt kopen. Net als ‘ik heb net een appeltaart gebakken’-spray. Geliefd bij makelaars, ter bevordering van de huizenverkoop.

Excellente dingen kunnen leuk, lekker, mooi en imponerend zijn. Maar minstens zo leuk zijn de herinneringen aan de ietwat vervelende verrassingen die opdoken, net wanneer je het je gasten zo perfect mogelijk wilde maken. Absurde dingetjes die je wijzen op je menselijkheid.

Bij deze dus een ode aan kleine mislukkingen, imperfecties en verrassingen. Leve die zwartgeblakerde taart, die ene rimpel en die bloem waarvan een blaadje mist. Een geslaagd kerstmenu is natuurlijk schitterend, maar treur niet als je soep ineens blauw is geworden. Treur zelfs niet als blijkt dat één van die excellente Rudolf rendierijsjes zijn rode neusje blijkt te missen. It’s the thought that counts.

→ 1 ReactieCategorieën: Columns

‘Als je moet kiezen tussen eten voor je gezin of een nepvagina, dan is de keuze gauw gemaakt’

oktober 17, 2009 · Geef een reactie

We lopen langs halsbandjes, tepelklemmen, dildo’s, handboeien, katheterslangen, plastic poppen met open monden en een gigantische namaakarm. Op de achtergrond klinkt het poeslieve Loving You van Minnie Riperton. Richard Hop, bedrijfsleider van erotiekshop Miranda, wijst naar de namaakarm. ‘Die wordt vooral gekocht door mannen’, zegt hij. ‘Vrouwen die dit zien die zeggen: “dat past er toch nooit in?” Zij trekken dan net zo’n gezicht als dat jij nu hebt.’

Wie in Miranda door Richard Hop geholpen wordt, kan niet altijd aan hem horen dat het gaat over erotische artikelen. Als een autoverkoper begeleidt hij mij door de winkel. ‘Hier is dan de semiluxe collectie. Duitse kwaliteit, 100% sylliconen. Ergonomisch goed ontworpen en heel goede motoren erin. Niet dat goedkope spul dat veel herrie maakt.’ Hop heeft het over vibrators. Hij heeft ze voor 200 euro, maar ook voor 20.

Sinds de verbouwing van Miranda komen aanzienlijk meer nieuwsgierige zielen een kijkje nemen in de sekswinkel, die met zijn duizend vierkante meter een enorm assortiment aan erotische artikelen biedt. Op 9 september 2009 heropende Miranda zijn deuren. Voorheen was de winkel tien keer zo klein. ‘Ook wij leden onder de recessie’, zegt Hop. ‘Je hebt dan twee keuzes: stil blijven staan en met de rest ten onder gaan, of de concurrentie aangaan. Wij kozen voor het laatste.’

Hop leidt me verder de hoek om. ‘Dan zijn we hier aangekomen bij de schoenen.’ Hij wijst naar een paar rode laklaarzen tot over de knie. Ze staan op een hoge plank aan de wand. ‘De dames hebben me verteld dat ze heel prettig lopen ondanks de gigantische hakken die eronder zitten. Ik kan het zelf niet beoordelen natuurlijk, want ja, ik trek ze niet aan.’ De verkoopster achter de toonbank kijkt op. ‘Leugenaar!’, roept ze. Louise – middelbare leeftijd, kort, lichtblond haar, Utrechts accent – is één van Hop’s collega’s. ‘We hebben een leuk team’, zegt Hop later. Naast Louise werken er nog twee verkopers: twee heren. ‘Nouja’, – Hop begint te lachen – ‘eentje valt niet onder categorie heren hoor, dat is een nicht, zullen we maar zeggen. Echt een heel aardige jongen. Hoe noemen ze dat? Een schat, dat is hij.’

In het midden van de winkel bevindt zich de koffiehoek, voorzien van een huiselijke tafel en een tv-scherm waarop de hele dag porno word afgespeeld. ‘Mijn baas vindt het belangrijk dat de mensen zich hier op hun gemak voelen’, zegt Hop. We nemen de trap naar boven. ‘Hier zijn de filmkabines.’ Hij opent de deur van een kabine. ‘hij is gebruikt, dus let er maar niet op.’ Binnenin het hokje staat een tv, een dvd-speler, een prullenbak en een stoel. Aan de wand hangt een box met tissues. ‘Dat is het dan’, vervolgt Hop. ‘De bedoeling is dat ze de deur op slot draaien, maar dat doen ze niet altijd…’ Hij trekt een gezicht. ‘Dit is mijn werk, maar ik hoef niet met dat soort dingen geconfronteerd te worden.’ Hij wijst me op de asbak in de filmkabine. ‘Je mag hier niet meer roken, maarja, ik ga die mannen natuurlijk niet controleren terwijl ze bezig zijn. En ik wil niet dat ze die dingen op de vloer uitdrukken.’

Twee jaar geleden maakte Miranda deel uit van een keten van 10 erotiekshops met de namen Miranda en Davy’s. Van die keten staan nog maar 3 winkels overeind: een Davy’s in Utrecht, een Miranda in Zeist en deze Miranda in Utrecht. ‘Voor ons is de recessie een half jaar na de komst van de euro al ingetreden’, zegt Hop. ‘Het eerste halfjaar gaf men de euro nog uit als de gulden. Dan kom je aan het eind van de maand geld te kort. Wij zijn een luxeartikel, daar gaan mensen dus het eerst op bezuinigen. Toch bestaat de gedachte dat in de crisis mensen juist meer besteden aan erotische artikelen, omdat het je rust geeft die je in deze tijd wel kan gebruiken. Maar dat is niet waar. Als jij moet kiezen tussen eten voor je gezinnetje, of een lekkere nepvagina, dan is de keuze gauw gemaakt.’

Zelf heeft Hop twee kinderen: een jongen en een meisje. Hij heeft ze nog nooit meegenomen naar Miranda. ‘Ze weten dat ik hier werk, en ze komen ook wel op de leeftijd dat ze zich met bepaalde dingen gaan bezighouden, maar ik wil ze niet hiermee naartoe nemen tot hun achttiende. ‘Sommige mensen verwijten ons dat we geen normen en waarden hebben omdat we in een sekswinkel werken. Maar ik denk dat we die meer hebben dan menigeen. Pornoboekjes horen niet in de Bruna, vibrators niet in de Mediamarkt. Sommige mensen wensen je hel en verdoemenis toe omdat je hier werkt. Mijn baas is wel eens uitgemaakt voor de duivel zelf door een bijzonder kerkelijke mevrouw. Mensen hebben nog steeds vooroordelen. Sommigen denken ook: o, er komt een sekswinkel op de hoek, dus er komt overlast. Maar nee, jij gaat niet met je dildo voor het raam staan en zeggen: “kijk eens wat ik gekocht heb!” Jij wilt die dildo in een zo neutraal mogelijk tasje, jij wilt zo snel mogelijk naar je auto en weg. Ongezien naar binnen en ongezien er weer uit. Jij veroorzaakt geen overlast en wij ook niet.’

Richard Hop zit al 16 jaar in de erotieksector. Voorheen heeft hij verschillende banen gehad: op de groenteafdeling, bij de poelier en als koerier. ‘Ik verdiep m’n eigen in alles’, zegt Hop. ‘Ik doe mijn huidige werk niet omdat ik nou zo’n bijzondere affiniteit met deze sector heb of omdat het nou zo geil is. Ik zie minder dan de gemiddelde klant. Ik vind het alleen prettig dat ik mensen goed kan adviseren. Op internet vind je dat advies niet. En om nou te werken bij de Hema… Wat heb je daar nou voor eigen inbreng?’

In 15 jaar tijd heeft de bedrijfsleider maar 2 keer vakantie opgenomen. ‘Ik vind mijn werk leuk’, zegt Hop. ‘Ik ben één keer voor 8 dagen op vakantie geweest naar Turkije. De vijfde dag werd ik ziek. Dat krijg je als je de hele tijd werkt en daarna ineens niks doet. Dan houdt je lijf op. Ik heb ook één keer 2 maanden vrij genomen, dat was toen ik net een huis had gekocht. Die 2 maanden heb ik veel in mijn huis geklust, dan kon ik er daarna mooi in één keer in.’ Hop mag graag klussen. ‘Met de verbouwing van Miranda heb ik ook bijna alles zelf gedaan.’

Hij kocht zijn eigen huis zo’n zes jaar geleden. ‘Precies op het juiste moment dus.’ Richard Hop grijnst. ‘Ik houd niks over aan ’t eind van de maand, maar ik heb een vrouw, kinderen, vrienden, eten en een huis. Er is weinig dat me nog gelukkiger kan maken.’

→ laat een reactie achterCategorieën: Interviews

De ondergang van het DSB-imperium

oktober 15, 2009 · Geef een reactie

DEZE WEEK GING DE DSB TEN ONDER. DE BANK WERD MAANDAG ONDER CURATELE GEPLAATST. VOORZITTER VAN STICHTING HYPOTHEEKLEED PIETER LAKEMAN HEEFT ZIJN ZIN GEKREGEN. ‘DIE TENT MOEST FAILLIET EN DAT HEBBEN WE IN TWEE WEKEN BEREIKT.’

Diverse juristen bereiden inmiddels schadeclaims voor tegen Lakeman. Ze eisen dat hij financieel verantwoordelijk wordt gehouden voor de eventuele schade. Op de website www.lakemanleed.nl worden gedupeerden opgeroepen om zich aan te melden. Lakeman zelf lijkt zich er niet druk om te maken. ‘Hun kans is nul komma nul.’

Door de bankrun die Lakeman met zijn oproep in Goedemorgen Nederland veroorzaakte, beschikte DSB binnen de kortste keren niet meer over voldoende liquiditeit. Maandag werd de bank onder toezicht van De Nederlandsche Bank gesteld. Twee bewindvoerders, Rutger Schimmelpenninck en oud-ABN-bankier Joost Kuiper, moeten beoordelen of de bank nog recht op bestaan heeft.

DNB-president Nout Wellink riep de curatoren van DSB op om eens te kijken naar de aansprakelijkheid van Lakeman. ‘Hij heeft gezorgd voor een versnelling’, aldus Wellink. Volgens hem zijn klagende klanten met een failliet DSB nog altijd beter dan een bankroet. ‘Bij een bankroet worden de bezittingen immers meestal tegen een lagere prijs verkocht.’

Er zijn twee onderzoeken rond het DSB gestart. Een onafhankelijke onderzoeker zal bekijken of het toezicht op de bank wel voldoende is geweest. Daarnaast komt er een onderzoek van DNB en beurswaakhond AFM naar de bestuurders en oud-bestuurders van DSB.

Geen enkele DSB-rekeninghouder kan voorlopig bij zijn geld. ‘Voor DSB-klanten zonder betaalrekening bij een andere bank zal het mogelijk zijn om in versneld tempo een rekening bij een andere bank te openen’, zegt Tobias Oudejans, woordvoerder van DNB. ‘Mensen met een spaarrekening bij DSB hoeven niet te vrezen dat zij hun geld kwijt zijn, mits zij niet meer dan een ton op hun rekening hebben staan. Zij kunnen gebruik maken van het deposito-garantiestelsel. Onder dit stelsel zijn tegoeden tot 100 duizend euro per rekeninghouder gegarandeerd.’

DSB-klanten die meer dan een ton op hun spaarrekening staan, hebben dus pech. Volgens president Nout Wellink van DNB zijn dit zo’n 4000 spaarders, van wie een meerbedrag van 140 miljoen euro verloren gaat. Ook behoren aandelen, obligaties en achtergestelde deposito’s (waar klanten in ruil voor een hogere rente geen garantie krijgen op hun spaargeld) niet tot het garantiestelsel. Ook aandeel- en obligatiehouders zijn dus de klos.

Vraag is wat er nu gaat gebeuren met de DSB Bank. Volgens Joop Hofland, woordvoerder van vakbond De Unie, zijn er drie scenario’s: óf er komt doorstart, óf de bank gaat failliet, óf DSB wordt in opgeknipt en in onderdelen verkocht. In het laatste geval willen vakbonden FNV en De Unie het personeel mee laten gaan naar de nieuwe eigenaren van de verschillende leden. De opbrengst van de verkoop van de bezittingen van DSB kan de bank helpen haar schuldeisers af te betalen. Wel moet nog blijken in hoeverre dit mogelijk is, en wie het vermoedelijke tekort gaat betalen: de overheid of de schuldeisers.

Voor het DSB-personeel is een doorstart echter het gunstigst. ‘In het beste geval krijgen de werknemers te maken met een grote reorganisatie als de bank een doorstart maakt’, zegt Joop Hofland, woordvoerder van De Unie. ‘Bij een faillissement verliezen de meeste werknemers hun baan.’

Daarnaast is nog niet duidelijk wat er met het vermogen van DSB-oprichter Dirk Scheringa gebeurt. Scheringa leende de afgelopen jaren flinke bedragen van DSB. In 2008 bedroeg zijn lening zo’n 75 miljoen euro. Scheringa stak dit geld in allerlei bedrijven (voetbalclub AZ, Scheringa Museum voor Realisme). De BV’s die onder de paraplu van de DSB vallen zullen dan ook niet gespaard worden. Het is niet uitgesloten dat Scheringa’s kunstcollectie à 46 miljoen wordt verkocht om het gat te dichten.

Eerst is het echter zaak dat er een hoofdverantwoordelijke wordt aangewezen. Hierover kan voorlopig oneindig gespeculeerd worden. Zo kan de ondergang van DSB natuurlijk ook de schuld zijn van minister Bos van financiën, wegens het houden van onvoldoende toezicht, of van de DSB-klanten zelf, die te gemakkelijk geld lenen voor zaken als afwasmachines, bubbelbaden of een AZ-stadion. Onze tip: pas op. Geld lenen kost geld. AMARENS TEN BRUGGENCATE

→ laat een reactie achterCategorieën: Nieuwsverhalen

IT’S ALL ABOUT KARMA

augustus 17, 2009 · Geef een reactie

Afbeelding 6HET DEENSE DUO ASTEROIDS GALAXY TOUR HEEFT EEN VLIEGENDE START GEMAAKT. DUIZENDPOOT LARS EN ZANGERES METTE NAMEN HUN EERSTE SINGLE OP IN AUGUSTUS 2008. KORT DAARNA WERD AROUND THE BEND DOOR APPLE GEBRUIKT IN EEN IPOD-COMMERCIAL. NIEUWSGIERIG? DEBUUTALBUM FRUIT KOMT UIT IN SEPTEMBER. INTUSSEN TOURT ASTEROIDS GALAXY TOUR ALVAST DOOR EUROPA.

Als ik jullie muziek hoor, dan word ik er blij van.
‘Ja!’ Mette lacht. ‘It’s happy music. Terwijl de teksten lang niet altijd happy zijn.’

Hoe komt dat?
(Mette) ‘Ik schrijf denk ik makkelijker over dingen waar ik mee zit.’

Willen jullie een diepe boodschap aan jullie muziek meegeven?
(Beiden) ‘Nee, eigenlijk helemaal niet. Het maken van de muziek mag voor ons dan wel een uitlaatklep zijn, de muziek zelf hoeft niet een boodschap te hebben. We hebben niet echt een missie.’

In jullie biografie staat toch echt dat jullie “musicians on a mission” zijn.
(Lars) ‘Ja, wel een missie, maar dat houdt meer in dat we voor onszelf op een missie zijn. We willen muziek maken, nieuwe mensen ontmoeten, de wereld zien.’
(Mette) ‘En natuurlijk willen wel wel dat onze muziek iets bij je losmaakt. Maar het is mooier dat je zelf uitmaakt wat dat is. Verdriet, woede, blijdschap, zin in dansen… Als je maar iets voelt.’
(Lars) ‘It’s all about karma!’
(Emme) ‘Live spelen is voor ons een manier van expressie. Het is… Opening up. Wij drukken ons uit en het publiek doet dat ook. Actie, reactie. You give and you get.’

Jullie debuutalbum gaat Fruit eten. Waarom?
(Emme) ‘Al fruits are different! Net als onze muziek. Aardbeien, sinaasappels, het is allemaal anders, maar allemaal fruit.’
(Lars) ‘Ons volgende album noemen we Meat. Met allemaal verschillende soorten vlees.’

Twee jaar terug zaten jullie nog nummers in het eenkamerappartement van Lars te schrijven. Dag en nacht gingen jullie door. Muziek maken, drinken, eten, eventjes slapen en weer muziek maken.
(Emme) ‘Dat ging echt zo. Meestal kookte ik ’s avonds wat voor hem terwijl hij doorging met muziek maken. Dan aten we snel en gingen we weer verder.’

Was er nog tijd voor andere dingen?
(Emme) ‘We hadden een baantje. Lars werkte bijvoorbeeld als bartender.’
(Lars) ‘Just to get food on the table.’

En dan breng je een single uit, die vervolgens ineens gebruikt wordt voor de reclame van Apple. En vertrek je naar New York om een album op te nemen.
(Emme) Ja, fantastisch! Maar ook van New york hebben we weinig gezien. De meeste tijd zaten we in de studio, gaven we interviews, traden we op. Natuurlijk hebben we wel wát gezien. De Skyline was bijvoorbeeld schitterend. Maar toch. De enige tijd voor jezelf die je hebt is de tijd na het optreden.
(Lars) ‘Sterker nog, de enige tijd alleen is op de wc.
(Emme) ‘Of in je slaap.’
(Lars) ‘Maar optreden is eigenlijk ook onze vrije tijd.’

Hoe is Denemarken eigenlijk?
(Lars) ‘Een fijn, groen land. Je kunt er mooi fietsen. Wist je dat er in Copenhagen veel gefietst wordt, net als in Amsterdam?’
(Emme) ‘Lars is dol op fietsen. En hij fietst ontzettend snel. We call him mister Train.’
‘Ik verzamel fietsen.’ Lars glundert. ‘Heb jij ook een fiets?’
(Emme) ‘Lars verzamelt van die ouderwetse fietsen. Ze hebben niet eens een bel, dus gebruikt hij een voetbaltoeter. Ikzelf heb trouwens een moped. En ik kan op een éénwieler fietsen. We hadden thuis zo’n ding, ik oefende vroeger altijd na schooltijd. Uiteindelijk zou ik zelfs bijna meedoen aan een eenwielerwedstrijd voor kinderen. Dat was in het bos. Maar ik durfde dat niet zo goed, ik heb nooit gehouden van competitie.’

Wat zijn jullie toekomstplannen?
(Emme) ‘We gaan touren in de VS en in Europa. Nederland ook weer, natuurlijk.

Zou je ooit een nummer in het Deens uitbrengen?
(Emme) Nee! Ik heb wel in het Deens gezongen, hoor. Toen mijn ouders vijftig werden, en later weer toen ze zestig werden. Maar voor Asteroids Galaxy Tour… Nooit. Zingen in je eigen taal voelt zo… Naakt.
(Lars) ‘Bovendien is Deens gewoon lelijk.’
(Emme) ‘Je teksten in het Engels schrijven is gewoon fijner. Ik voel me dan vrijer om me uit te drukken, op de één of andere manier.’

Wat wilde je worden toen je klein was?
(Lars) Dit.
Emme denkt even na.

En jij, Emme?
(Lars tegen Emme) ‘Een buikdanseres?’
(Emme) ‘Nee. Een ingenieur, net als mijn vader. Ik dacht dat met muziek de kans heel klein zou zijn om brood op de plank te krijgen. Maar uiteindelijk won de passie voor muziek.’
(Lars) ‘Eigenlijk heb ik één jaar afgezien van de droom en ging ik architectuur studeren. Maar na dat jaar begon het zo te kriebelen dat ik ben gestopt.’

Wat bracht je weer op het rechte pad van de muziek, Lars?
‘Emme!’
Emme lacht gevleid.
(Lars) ‘Uiteindelijk wint het lot. Daar geloof ik in.’

→ laat een reactie achterCategorieën: Interviews

WIE IS… SPINVIS?

augustus 17, 2009 · Geef een reactie

SpinvisWIE ZICH EEN BEETJE VERDIEPT IN DE NEDERLANDSE POPWERELD, KAN SPINVIS DAARBIJ OP GEEN ENKELE WIJZE OVER HET HOOFD ZIEN. ERIK DE JONG, MAN ACHTER DEZE EENMANSBAND, BESCHIKT OVER EEN OEUVRE VAN BIJZONDERE LIEDJES MET TEKSTEN DIE JE NIET ZO 1-2-3 AAN MEKAAR KNOOPT. ZIJN NUMMERS, MET TITELS VARIEREND VAN ‘BAGAGEDRAGER’ TOT ‘WESPEN OP DE APPELTAART’, COMPONEERT HIJ HET LIEFST OP ZIJN EIGEN ZOLDERKAMER. SPINVIS AAN HET WOORD OVER ZIJN WERKWIJZE, ZIJN MOTIVATIE EN ZIJN OPMERKELIJKE OOG VOOR DETAIL.

Murmelwoorden
Als ik nieuwe liedjes maak, dan begin ik met de melodie. Die ga ik dan inzingen zonder dat ik nog woorden heb. Ik zing dus in een soort murmelwoorden. Die vervang ik vervolgens door echte woorden, waardoor er allemaal losse zinnetjes ontstaan. Het merkwaardige is dat, als ik vervolgens luister naar die zogenaamd willekeurige zinnen, ik eigenlijk al een verhaal ontdek. Elke keer blijkt er weer een heel verhaal in mijn onderbewustzijn verscholen te zitten. Onderbewustzijn, echt, dat is alles. Er is geen strategie, methode of doel. Van: nu ga ik een liedje schrijven over dit of dat. Je laat het gewoon gebeuren. En je neemt alles op. Dat is heel belangrijk. Meteen opnemen, al die losse troep. Vervolgens zit ik in de auto naar de demo’s te luisteren. Soms begrijp ik pas jaren later wat ik gemaakt heb. Wat je van iemand ziet is maar een heel klein stukje van hoe diegene is. De rest zit allemaal verstopt in keldertjes in gaten… En ja, die laten soms hun stemmen horen. Daar maak ik gebruik van.

Melancholisch
Als kind had ik al door dat mensen veel complexer zijn dan ze willen zijn. In de winter kon ik met fascinatie naar een sneeuwvlokje kijken. Dan zag ik zo’n vlokje en die kwam dan van boven aan, zo: ‘shhh..’ En die smolt dan op de grond. Daar was ik dan kapot van: ‘die komt nooit meer terug!’  Haha. En ik was dan treurig. Nouja, treurig is niet het goeie woord. Ik ben geen treurig iemand, ik ben een heel opgewekt persoon. Ik heb gewoon vrienden en ik ben geen psychopaat. Maar ik had oog voor de melancholiek van een stervende sneeuwvlok. Nog steeds heb ik heel erg het gevoel voor het verdriet van de wereld. Het melancholieke in de mensen. Dat is het levensgevoel dat ik doorgeef.

Geheim
Vaak geef ik wel wat toelichting bij een tekst tijdens een uitvoering. Want het is wel leuk om tijdens een voorstelling wat meer te geven, zodat mensen die teksten beter of anders kunnen interpreteren. Maar er zit ook een gevaar aan verbonden. Er zit een soort geheim in een tekst en dat wil ik niet kapot maken. Want daardoor blijft het liedje leven. Als je alles weet… Als je álles weet, dan leeft het niet meer.

Laatbloeier
De tijd van mijn achttiende tot ongeveer mijn dertigste… Is weg. Omdat ik heel veel heb geblowd. Ik was eigenlijk gewoon altijd stoned. En dat is… Voor je muzikaliteit fantastisch. Want muziek is detail. En in je roes kan je je heel goed focussen op kleine dingen die ertoe doen. Maar: je maakt niks af. Je denkt alleen maar ‘wauw.’ Eigenlijk moet je je muziek dan afmaken en opnemen en opsturen en mensen opbellen. Dat is normaal. Dan ben je ambitieus en dan wil je iets met je muziek bereiken. Maar ik dacht steeds: ‘oh, ik maak weer wat nieuws!’ Op een gegeven moment was ik dertig en ik had een plank vol incomplete meesterwerken. ’s Nachts werkte ik bij de PTT, post sorteren. Ik had mijn walkman altijd bij me met de demo’s. Overdag maakte ik liedjes en ’s nachts in de fabriek stond ik dat dan op te schrijven. Het werk daar was eigenlijk vrij eenvoudig. Je moet wachten tot een vakje vol is, dat vakje doe je in een krat, tot alle kratten vol zijn. En die zet je in een vrachtwagen. Dat is alles. Dus je kunt met je hoofd alle kanten op. Eigenlijk was het dus heel prettig werk. Ook omdat alle mensen die daar werkten vanuit heel de wereld kwamen. Veel van mijn collega’s kwamen uit heel andere cultuur. Van de ontmoetingen met die mensen word je rijk. Ergens was het een fijne tijd. Maar je hebt ook je ambities. En dan hoor je Skyradio. En ik hoorde dan Acda en de Munnik en weet ik veel, en ik dacht: ‘godverdomme, dat kan ik gewoon veel beter! Wat dóe ik hier nou, wat sta ik hier nou te doen!’

Baby’s
Op een gegeven moment kregen mijn vrouw en ik kinderen. Zij werkte overdag en ik ‘s nachts. Dus overdag moest ik voor een baby zorgen. Dan kan je niet stoned zijn. Natuurlijk niet. Dat zou obsceen zijn. Dus ik ben gestopt met alles. En omdat ik toen een schoon hoofd had, kon ik dingen afmaken. Wat ik jaren niet heb gekund lukte opeens: ik kon liedjes die ik had gemaakt afmaken, opnemen, een punt erachter zetten en het opsturen naar een platenmaatschappij. Dus de baby’s hebben me gered, haha. Ik stuurde mijn platen op naar Excelsior en vanaf toen ging het heel snel. Binnen een week zeiden ze: ‘te gek.’

Roes
Het zoeken naar een roes is zo oud als de mensheid. Dat is onlosmakelijk met de mens verbonden. In 2000 voor Christus beschrijft Herodotus al hoe een volk kruid op hete stenen legde en erboven ging hangen. De mens is geneigd naar een roes. En muziek, literatuur en poëzie – vrijwel alle kunstvormen zijn eigenlijk verbonden met een roes. Of dat nu een roes van alcohol is, of van opium, of wat dan ook. Aan de ene kant is het een strijd om daar niet aan onder te gaan maar aan de andere kant is de roes wel degelijk een bootje in de eeuwigheid. Ik heb heel lang helemaal niks gebruikt, en dat is heel fijn. Maar toch: op z’n tijd kan een kunstenaarsziel er veel baat bij hebben.

Toekomst
Ik ben al heel lang bezig met een eigen muziekfilm. Ik werk daarvoor samen met Hanko Kolk, een striptekenaar. Grafisch gezien zal het een goede film worden. De film gaat over een man die verdwaalt in zijn eigen geheugen. Alle herinneringen van de hoofdpersoon zitten verbonden aan liedjes van vroeger. Bij die liedjes gaat de man na waar bepaalde dingen in zijn leven fout dingen. Ik heb het plan voor die film al heel lang en het begint nu eindelijk vorm aan te nemen. Toch blijft het een lange termijnplan. Mijn korte termijnplannen? Ik ga naar De Parade, wel met deze techniek, maar dan met twee muzikanten. Daarna ga ik naar Oerol. En vervolgens naar New York met Kamermuziek. En dan een nieuwe plaat. Dat vind ik het belangrijkste, dat er weer nieuwe muziek wordt gemaakt.

→ laat een reactie achterCategorieën: Interviews